Geschiedenis
© JanWillem Vaartjes
Auteur JW Vaartjes

In de tweede helft van de negentiende eeuw werd fluoride al door een aantal tandartsen aanbevolen om tanden harder te maken. In het begin van de twintigste eeuw begon men uitgebreider wetenschappelijk onderzoek te doen naar fluoride. De eerste fluoridetandpasta stamt overigens al uit 1907.

Zoals vaker bij ontdekkingen onderzocht de onderzoeker in eerste instantie een ander verband: Tandarts McKay startte 1901 een praktijk in Colorado Springs, het viel hem op dat veel van zijn patiënten verkleuringen van hun tanden hadden. Doordat veel van zijn lokale patiënten dit hadden, ongeacht ras, geslacht en levensomstandigheden, vermoedde McKay dat het mogelijk iets met het drinkwater te maken had.

Deze verkleuringen bleken niet alleen in Colorado voor te komen. In gebieden waar het drinkwater van nature een hoge concentratie aan fluoride bevat, kwam dit ook voor. Men kon nu door deze onderzoeken schatten welke mate van verkleuring optreedt bij welke hoeveelheid fluoride in het drinkwater. Het onderzoek naar fluoride zou nu afgesloten kunnen worden, ware het niet dat o.a. McKay tijdens de onderzoeken had vastgesteld dat de verkleurde tanden en kiezen minder gevoelig waren voor tandbederf.

Nederland heeft ook een belangrijke rol gespeeld in het onderzoek naar fluoride. In 1947 verzocht de minister de gezondheidsraad te adviseren over drinkwaterfluoridering. Hiervoor werd in 1953 een groot en langdurig onderzoek gestart. Dit onderzoek staat bekend als het Tiel-Culemborg onderzoek, nog steeds gezien als een van de beste onderzoeken naar drinkwater fluoridering. Aan het drinkwater van Tiel werd fluoride toegevoegd, terwijl het ongefluorideerde drinkwater van Culemborg als controle diende. De tandartsen noteerden 16,5 jaar lang de gebitsstatus van de kinderen die in Tiel en Culemborg opgroeiden.



In de linker figuur is te zien dat het aantal aangetaste vlakken van tanden en kiezen bij de kinderen in Tiel (fluoride) op alle leeftijden lager is dan in Culemborg.
Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat ondanks dat er duidelijk minder tandheelkundige behandelingen in Tiel noodzakelijk waren, er toch bijna net zoveel vlakken met (beginnend) tandbederf aanwezig waren. Dit belangrijke gegeven toont aan dat fluoride eerder de voortgang van tandbederf remt dan het ontstaan. Met andere woorden gaatjes worden minder snel groot en diep!

Uit dit onderzoek konden nog een aantal interessante conclusies getrokken worden.
Het gebruik van fluoride op jonge leeftijd tijdens de vorming van de (blijvende) tanden en kiezen was minder belangrijk dan men dacht. Dit vroege fluoridegebruik gaf alleen een extra bescherming vlak na het doorbreken en op de langere termijn bleek deze extra bescherming te verdwijnen.

Fluoride moet gebruikt blijven worden om effect te hebben en te houden. Als een persoon uit de fluoride groep stopt zal deze nog wel een voorsprong van minder aangetaste vlakken hebben op iemand die nooit fluoride heeft gebruikt, maar zullen bij beiden vanaf dat moment even 'snel' nieuwe gaatjes ontstaan.

Drinkwaterfluoridering is in Nederland nooit ingevoerd. Een aantal uitspraken van de Hoge Raad uit de jaren zeventig maakte het onmogelijk om dit in te voeren. Het hoofdargument was de vrijheid voor de Nederlander om te kunnen kiezen tussen drinkwater met of zonder fluoride, dit maakte het invoeren hiervan praktisch onmogelijk.
Gelukkig was fluoride inmiddels verkrijgbaar in bijna alle tandpasta, zodat de gebitsgezondheid van de Nederlander de afgelopen decennia spectaculair kon verbeteren

[ Terug ] [ Verder ]




De werking van fluoride
© JanWillem Vaartjes
Auteur JW Vaartjes

Fluoride kan uw tanden op verschillende manieren beschermen. Bij aanwezigheid van fluoride in de mond zal tijdens een zuuraanval het glazuur minder oplossen en zal tevens het glazuur zich eerder kunnen herstellen.

Bescherming bij een zuuraanval

Bacteriën in de tandplak kunnen suikers omzetten in zuren, zij produceren dan een zuurstoot. Als de pH hierdoor onder de +/- 5,5 daalt zullen de glazuurkristallen beginnen op te lossen, dit wordt demineralisatie genoemd. Zo gauw de bacteriën niet voldoende suikers meer hebben om de pH onder de 5,5 te houden kunnen de glazuurkristallen weer aangroeien, dit wordt remineralisatie genoemd.
Wanneer er meer demineralisatie plaatsvindt dan remineralisatie zal er een gaatje ontstaan. Hoe langer de bacteriën suiker aangeboden krijgen des te langer de demineralisatie plaats kan vinden. Het is daarom belangrijk om niet teveel zoetmomenten te hebben gedurende de dag. Het is theoretisch gezien beter om een zak snoep in een keer leeg te eten dan om de paar minuten een snoepje te nemen.

De opgeloste bestanddelen van de glazuurkristallen zijn echter in combinatie met fluoride minder oplosbaar, zij gaan pas in oplossing bij een pH van +/- 5,1. De minder oplosbare bestanddelen met fluoride zullen daarom eerder aan het glazuur vastgroeien en ook minder snel opnieuw oplossen. Er ontstaat hierdoor een oppervlakkige laag met sterkere fluoride-glazuurkristallen.
Fluoride atomen kunnen ook tegen het glazuur aan komen te liggen en het kristaloppervlak bedekken. De zwakke plekken van het glazuurkristal, waar deze als eerste begint op te lossen, worden hierdoor beschermt.
Bij de aanwezigheid van fluoride zal er minder glazuur verdwijnen en kan het proces van tandbederf geremd/gestopt worden.

In werkelijkheid heeft niemand voortdurend een fluoride oplossing in zijn of haar mond, maar je kunt de aanwezigheid wel verlengen. Poets regelmatig (2-3 maal daags) verspreid over de dag je tanden en spoel na het tandenpoetsen je mond niet al te overdreven. Het kleine beetje tandpasta wat achterblijft is een reservoir van fluoride en beschermt dus tegen zuuraanvallen.

[ Terug ] [ Verder]






Fluoride advies
© JanWillem Vaartjes
Auteur JW Vaartjes

In het verleden werden fluoridetabletten bij kinderen vaak gebruikt. Nadat bleek dat een lage concentratie van fluoride in de mond verspreid over de dag, zoals in tandpasta, minstens zo effectief was, is het fluoride advies in 1998 veranderd:

Ivoren Kruis fluoride advies

0 t/m 1 jaar

Na doorbraak van het eerste tandje moet worden begonnen met één keer per dag te poetsen met een 'peutertandpasta' .

2, 3 en 4 jaar

Twee keer per dag poetsen met een peutertandpasta

5 jaar en ouder

Twee tot drie keer per dag poetsen met een fluoride tandpasta voor volwassenen.

Om de inname van teveel fluoride te voorkomen en uw kind goed te leren poetsen is het verstandig om de hoeveelheid tandpasta te controleren. Een klein beetje, ongeveer zo groot als een erwt is al voldoende. Kinderen moeten ook tot hun achtste geholpen worden met het poetsen. Let erop dat de tandpasta wordt uitgespuugd en niet doorgeslikt.

Extra fluoride bij hoog risico op tandbederf

In het geval dat er toch veel tandbederf/cariës ontstaat, ondanks goed poetsen en het fluoride advies, dan zou extra fluoride kunnen helpen. Sommige mensen zijn helaas gevoeliger voor tandbederf, bijvoorbeeld door een verkeerde samenstelling en hoeveelheid speeksel.

Een mogelijkheid is het uitbreiden van de fluoride momenten tot maximaal 4 per dag. Bij voorkeur moet dit gedaan worden door middel van tandenpoetsen met een fluoride tandpasta. Het spoelen met een fluoride mondspoeling of fluoride tabletten kunnen hiervoor echter ook gebruikt worden.
Bij gebruik van fluoride tabletten; doe dit verspreid over de dag, kauw ze fijn en verdeel het goed door de mond en hou deze zolang mogelijk in de mond houden alvorens door te slikken.

Bij zowel jongeren als volwassenen met een verhoogd risico op tandbederf, kan de tandarts ook in de stoel een fluoride behandeling geven.
Dit kan bijvoorbeeld door middel van een lepel met fluoride gel, maar ook door het aanbrengen van de fluoride vloeistof met een wattenstaafje of penseel. Het is ook mogelijk een lak aan te brengen op de tanden en kiezen waaruit langzaam fluoride wordt vrijgelaten.
Bij kinderen jonger dan zes jaar is het advies om als extra fluoride, alleen nog de fluoride lak en niet meer de gel of vloeistof, te gebruiken.


Tandartsen, mondhygiënisten, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en voorlichtingsmedewerkers geven allen voorlichting over fluoride. Mocht het noodzakelijk zijn om van het fluoride basisadvies af te wijken, dan kunnen zij u daar over informeren. In principe heeft de tandarts of mondhygiënist het beste zicht op de gezondheidssituatie van de mond, overleg met hem of haar als u extra fluoride wilt of moet gaan gebruiken.

[ Terug ] [ Verder]






Fluorose
© JanWillem Vaartjes
Auteur JW Vaartjes

De verandering van het glazuur, die ontstaat door een te hoge concentratie fluoride tijdens de tandontwikkeling, wordt fluorose genoemd. De meest bekende verschijningsvorm van fluorose is te herkennen aan de witte vlekjes in het glazuur.

Bij de ernstige gevallen van fluorose kunnen er bruine verkleuringen op het glazuur voorkomen. De structuur van het glazuur kan tevens aangetast zijn, deze kan kleine putjes bevatten en ruw zijn. Bij de milde varianten van fluorose zijn de witte vlekken vaak nauwelijks te zien.

Ontstaan van fluorose

De ontwikkelingsstoornis fluorose ontstaat vnl. doordat er een storing optreedt bij verkalking van het glazuur. Een teveel aan fluoride verstoort de functie van de glazuur vormende cellen, de ameloblasten.
Dit betekent dat alleen de tanden en kiezen, die tijdens de ontwikkeling bloot staan aan een te hoge concentratie fluoride, gevaar lopen. Reeds doorgebroken tanden en kiezen zijn afgevormd en kunnen nooit fluorose ontwikkelen.

De vorming en verkalking van het glazuur van de blijvende tanden en kiezen (verstandskiezen uitgezonderd) vindt plaats vanaf ongeveer de geboorte tot het vijfde levensjaar. De vorming van het glazuur van de cosmetisch belangrijke snijtanden vindt plaats rond het tweede en derde levensjaar. Een teveel aan fluoride kan in deze periode ontsierende verkleuring geven aan de voortanden.

Voorkomen van fluorose

Door het fluoride basisadvies op te volgen is de kans op fluorose zeer gering. Het is echter mogelijk dat een kind toch een te hoge concentratie fluoride binnen krijgt. Dit is bijv. mogelijk door een onjuist gebruik van fluoride tabletten, of het doorslikken van (te) veel tandpasta/ mondspoeling.
Met name een hoge piekconcentratie, door inname van fluoride in korte tijd, moet voorkomen worden. Het is daarom verstandig het aantal fluoride-momenten zoveel mogelijk te spreiden.
Hieronder een aantal tips ter voorkoming van fluorose:

  • Volg het fluoride basis-advies op

  • Let er op dat uw kind na het tandenpoetsen de tandpasta uitspuugt en niet doorslikt. Overdreven de mond spoelen na het tandenpoetsen is echter ook niet noodzakelijk.

  • Laat uw kind niet teveel tandpasta gebruiken, een hoeveelheid tandpasta ter grootte van een erwt is voldoende. Kinderen moeten tot hun achtste geholpen worden met poetsen.

  • Mocht uw kind extra fluoride-maatregelen, zoals tabletjes gebruiken, zorg er dan voor dat deze zoveel mogelijk verspreid over de tijd worden ingenomen. Let er ook op dat er niet meer dan de toegestane hoeveelheid wordt ingenomen.

[ Terug ] [ Verder ]